Een olieafscheider moet op vulgraad worden geleegd, periodiek worden gecontroleerd en met een vaste, vaak jaarlijkse, interval volledig worden gereinigd en gekeurd. NEN-EN 858 koppelt het legen aan de hoeveelheid opgevangen olie en slib, niet aan een datum. Bij een klasse I afscheider hoort daarbij het reinigen en vervangen van het coalescentie-element. Het onderhoud hoort vastgelegd in een logboek dat bij de vergunning past.
Een olieafscheider wordt ook wel KWS-afscheider, koolwaterstofafscheider of olie-waterafscheider genoemd.
Een olieafscheider werkt alleen zolang er ruimte is om olie te bergen en slib te laten bezinken. Loopt de opvangruimte vol, dan wordt de verblijftijd korter en spoelt olie alsnog door. Het uitgangspunt is daarom: legen voordat de laag olie of het slib een vastgesteld deel van het volume overschrijdt. Een wasstraat of werkplaats met veel olie haalt dat punt eerder dan een afscheider op een terrein dat zelden vervuild wordt. Door de vulgraad te volgen voorkomt u zowel onnodig vaak legen als een afscheider die te lang vol staat. Een waarschuwingsmelder voor de olielaag of de vloeistofhoogte helpt om het juiste moment niet te missen.
Heeft u een klasse I afscheider, dan is het coalescentie-element een apart aandachtspunt. Het vervuilt in gebruik en moet regelmatig worden gereinigd en periodiek vervangen, anders valt het rendement onopgemerkt terug. Lees hierover meer in wat is een coalescentieafscheider en wanneer heb je klasse I nodig. Ook de slibvang vóór de afscheider moet op vulgraad worden geleegd, zodat zand en bezinksel het element niet verstoppen. Hoe die slibvang werkt staat in waarom hoort er een slibvangput voor de afscheider.
Naast het frequente legen schrijft NEN-EN 858 een periodieke, vaak jaarlijkse, algehele keuring voor. Dan wordt de afscheider helemaal leeggemaakt en gereinigd, en gecontroleerd op dichtheid, beschadiging, de werking van de automatische afsluiter en de toestand van het coalescentie-element en de slibvang. Lekkages, scheuren of een versleten element komen zo aan het licht voordat ze tot een lozingsoverschrijding leiden. De afgevoerde olie en het slib zijn bedrijfsafval en gaan via een erkende verwerker, met een afvalbon als bewijs.
Onder het Besluit activiteiten leefomgeving en in de meeste vergunningen is registratie van het onderhoud gangbaar. Houd in een logboek bij wanneer er is geleegd, gereinigd en gekeurd, door wie en hoeveel er is afgevoerd, en bewaar de afvalbonnen. De omgevingsdienst of het waterschap vraagt die gegevens op bij een controle. Een compleet logboek maakt het verschil tussen een vlotte controle en handhaving. Twijfelt u over de juiste frequentie of de eisen voor uw situatie, dan kijk ik er graag onafhankelijk naar; achtergrond over het systeem vindt u bij olieafscheiders.
Hij raakt vol, laat olie door naar het riool of het oppervlaktewater en voldoet niet meer aan de vergunning. Dat kan leiden tot milieuschade en tot handhaving door het bevoegd gezag.
De norm kent waarschuwingsapparatuur voor de olielaag of de vloeistofhoogte. Of die in uw situatie verplicht is, hangt af van het type afscheider en de eis van het bevoegd gezag. Het helpt in elk geval om het juiste leegmoment te bepalen.
Het frequente legen kan via een gespecialiseerd bedrijf, maar de algehele keuring vraagt vakkundige inspectie. Laat dit door een deskundige uitvoeren en leg de bevindingen vast in het logboek.